Nationale Prijs voor Onderwijsjournalistiek 2011
Juryrapport
Onderwijs en journalistiek
Onderwijs heeft grote invloed op het leven van iedereen. Dat is niet altijd zichtbaar. Zo stond er op 8 september onderaan bladzij 9 van NRC Handelsblad een berichtje van circa 300 woorden met de titel: 'Hokjes doen leerlingen tekort'. De inleiding luidde: "In Nederland gaan kinderen vanaf hun twaalfde naar verschillende schooltypes: vmbo, havo of vwo. Die vroege scheiding leidt ertoe dat kinderen op het vmbo zich minder goed maatschappelijk ontplooien. Dat blijkt uit onderzoek onder leiding van hoogleraar sociologie Herman van de Werfhorst van de Universiteit van Amsterdam."
Wat zou het leuk zijn als dit op pagina 1 had gestaan, als het was aangevuld met een hoofdredactioneel commentaar waarin werd gesteld dat er nu evidence based aanleiding is voor stelselwijziging. Dat, als Nederland iets wilde bereiken op het gebied van innovatie, talent niet vergooid moest worden zoals nu gebeurt. Dat Rinnooy Kan een paar jaar terug echt gelijk had. Dat de CITO-toets moest worden afgeschaft. En dan zou het aardig zijn als in de zaterdagkrant een interview met die hoogleraar van de Werfhorst had gestaan. En dan zouden er ingezonden brieven komen, en Kamervragen en dan zouden misschien dingen gebeuren die velen in onderwijsland wenselijk vinden.
Zo'n 4 miljoen mensen, kleine mensen, volgen dagonderwijs, en een half miljoen volwassenen werken er. Beschamend weinig journalistieke aandacht is er voor deze maatschappelijke activiteit. En waar die aandacht er is, is die nogal eens oppervlakkig. De Prijs voor de Onderwijsjournalistiek wil daar iets aan doen: stimuleren dat de kwaliteit van de berichtgeving over onderwijs toeneemt.
Dit jaar ontving de jury 21 voordrachten. Voor 16 inzendingen geldt dat het belangrijkste deel van de inzending een papieren publicatie is. Voor 2 inzendingen betreft dat een radio-uitzending, 1 inzending is een reportage op TV, 2 inzendingen betreffen materiaal op internet. Van de papieren inzendingen zijn er 7 in vakbladen, 4 in landelijke dagbladen, 4 in regionale dagbladen en 1 in een weekblad.
De jury heeft de inzendingen bestudeerd: zo objectief mogelijk, met grote inzet, aandachtig en volhardend. Criteria van doorslaggevend belang in dit wegingsproces waren:
- duiding
- originaliteit
- urgentie
- diepgang
- toegankelijkheid
- oplossingsgerichtheid
- meervoudig mediagebruik
Uit de 21 inzendingen selecteerde de jury een short list van 6 inzendingen. Hier volgt enig commentaar, met opzet niet alleen lovend, bij deze inzendingen.
- Jan Dijksma, 'Altijd online', Leeuwarder Courant
Journalisten zijn gericht op nieuws. Zij neigen ertoe langzame veranderingen in de samenleving over het hoofd te zien. Jan Dijksma heeft dat niet laten gebeuren. Hij signaleerde dat het mediagedrag van jongeren zoveel anders is dan dat van oudere generaties. Hij laat zien dat het ontbreken van begeleiding jongeren verleidt tot 'infobesitas', een overmaat aan digitaal gedrag.
Het verhaal zou aan relevantie hebben gewonnen als er tips bij zouden staan voor jongeren of voor hun ouders hoe 'infobesitas' te voorkomen. Want het simpele 'af en toe de stekker eruit', waar het verhaal mee besluit, doet geen recht aan het probleem en ook niet aan het verhaal zelf, waarin de problematiek serieus en helder uit de doeken is gedaan. - Irene Houthuijs, Anja Vink en Kees van den Bosch, 'De opkomst en ondergang van het Islamitische College Amsterdam', Argos
Deze radiouitzending is een voorbeeld van mooie, diepgravende onderwijsjournalistiek die je maar zelden in deze vorm tegenkomt. Er wordt geduldig over een complex vraagstuk gerapporteerd. De diepgang is groot, dingen worden echt uitgeplozen. Toch een kritische kanttekening. De makers nemen de tijd, mogelijk gemaakt door de formule van dit programma Argos. Dit levert de mogelijkheid van diepgang maar vergt veel aandacht, tijd en concentratie van de luisteraar. Het is een product voor een kleine groep fijnproevers. Een slimmere mediamix met een aantal beknopte statements hadden de maatschappelijke impact groter kunnen maken. - Bea Ros en Monique Marreveld, 'Uitwedstrijd', Didaktief
De inzending van Ros en Marreveld bestaat uit drie artikelen over hetzelfde thema, de jonge mensen die indertijd werden gekarakteriseerd met de omschrijving 'kut-Marokkanen'. De artikelen leunen sterk op wetenschappelijke onderzoeken. Vier wetenschappers en een rapportage van een wetenschappelijk instituut (het Risbo-instituut) inclusief hun meningsverschillen komen aan het woord. Het is goed dat de bevindingen van de wetenschap worden doorgegeven aan het onderwijsveld. Alle sociologische verschillen tussen de groep Marokkaanse jongens (over meisjes wordt niet gesproken) en de Nederlandse omgeving komen aan de orde. De artikelen leveren interessante en verhelderende inzichten op, maar dat komt misschien meer door de kwaliteit van de onderzoeken dan door de toegevoegde waarde die de journalisten in het artikel hebben aangebracht. - Hanne Obbink, 'Afgang voor duizenden scholieren', Trouw
In dit artkel wordt een probleem dat al zo lang bestaat dat het 'normaal' wordt gevonden, opnieuw belicht. Het betreft de schoolbreuk na zittenblijven op de havo. Het is een goede keuze. Journalistiek gaat immers niet alleen over 'nieuws'. Het is geen verhaal van 'talking heads' alleen, maar met kinderen van vlees en bloed waardoor de impact van afstroom op de kinderen invoelbaar en herkenbaar wordt. Doordat de journalist op zoek is gegaan naar oplossingen voor dit oude probleem en die ook vond in het voorbeeld van een vmbo/havo schakelklas in een vmbo school, blijft de lezer niet achter met een gevoel van: 'het is allemaal ellende in het onderwijs' maar met het gevoel van 'met een beetje goede wil zijn lastige problemen best op te lossen'. Jammer dat de lezer niet duidelijk wordt gemaakt waarom deze oplossing niet meteen landelijk wordt ingevoerd. Dat had een aardig inkijkje in regelgeving en politiek handelen kunnen geven. - Ianthe Sahadat en Merijn Rengers, diverse artikelen over Hogeschool Inholland, de Volkskrant
In Nederland hebben we er veel vertrouwen in dat de overheid zorgt voor onderwijs van goed niveau. Het is dus schokkend dat er een hogeschool is geweest die honderden studenten een dipoma heeft gegeven terwijl ze dat niet verdienden. Ook de reden voor de illegale praktijk, de hogeschool wilde de afstudeerbonus van de rijksoverheid opstrijken, schokt het vertrouwen van de burger die denkt dat een gesubsidieerde school het belang de leerling voorop stelt. Het is dus zeer lovenswaardig dat deze zaak aan het licht is gebracht. De geruchten dat het 'niet pluis' was op Hogeschool InHolland waren er al jaren, de onderwijsinspectie had al ingegrepen, er waren al koppen gerold in de top, maar de burger had nog geen idee van wat er aan de hand was. Jammer is dat de auteurs niet helder maken waar en waarom de bestaande kwaliteitscontrole op het onderwijs niet heeft gefunctioneerd. Kunnen dit soort praktijken ook op andere hogescholen ontstaan? Doen de universiteiten het beter?
Een ander punt van kritiek is de weinig kritische benadering in het interview met Dales. Was Dales de ijdele voorman die zijn huiswerk niet goed gemaakt had? Of is hij een zwakke en naïeve bestuurder? - Mark Schleedoorn, David Behrens en Aart Zeeman, 'Jongens op Achterstand', KRO Brandpunt
Waarom doen jongens het slechter in het voortgezet onderwijs dan meisjes? Het is knap hoe de samenstellers in een korte reportage dit voor buitenstaanders lastige onderwerp toegankelijk hebben gemaakt. Iedereen komt aan bod: een deskundige, een schooldirecteur, docenten, leerlingen en zelfs Kamerleden. Mede door deze rapportage van Brandpunt groeit hersenonderzoek als inspiratiebron voor de inrichting van onderwijs uit tot een ware hype. Want vooral het verschil in ontwikkeling van de hersenen van jongens en meisjes in combinatie met de invoering van het studiehuis zou tot achterstand van de jongens leiden. Het wordt snel en knap uitgelegd, zelfs zo goed dat net als dertig jaar geleden, toen meisjes zwakker dan de jongens waren, er inmiddels stemmen opgaan pleitend voor gescheiden onderwijs. De kracht van deze reportage is tegelijk zijn zwakte. Aan mogelijke andere oorzaken wordt voorbijgegaan. Afwijkende opinies komen niet aan bod. Daardoor heeft deze reportage een hoog informerend/voorlichtend karakter en wat weinig een kritisch journalistiek karakter.
Na deze inventarisatie de keuzes. Die vielen dit jaar niet mee. Er was geen enkele inzending die ons in alle opzichten overtuigde. En dus raakten we verstrikt in een lastig wegingsprobleem, Gelukkig beschikt de jury over sociologische expertise om het keuzeprobleem te overmeesteren. Door het invullen van een matrix kon de keuze gereduceerd worden tot een keuze uit drie inzendingen. De shortlist werd een nog shorter list. In deze ronde vielen af:
- Jan Dijksma, 'Altijd online', Leeuwarder Courant, omdat het de lezer net iets te weinig te bieden heeft om het denken over onderwijs te stimuleren.
- Bea Ros en Monique Marreveld, 'Uitwedstrijd', Didaktief, omdat de eigen journalistieke bijdrage aan dit verhaal toch net te beperkt is voor een journalistieke prijs.
- Hanne Obbink, 'Afgang voor duizenden scholieren', Trouw, omdat de duiding wat beter had gekund.
Geruime tijd werd het vellen van een finaal oordeel uitgesteld. En toen was nog een stevige discussie noodzakelijk. Het geeft aan dat de kwaliteit van de inzendingen niet zoveel verschilt. De overgebleven drie inzendingen hadden elk een ander bezwaar.
- Irene Houthuijs, Anja Vink en Kees van den Bosch, 'De opkomst en ondergang van het Islamitische College Amsterdam', Argos: Een goede productie, maar ontoegankelijk.
- Ianthe Sahadat en Merijn Rengers, diverse artikelen over Hogeschool Inholland, de Volkskrant: Een goede productie, maar hier en daar te weinig diepgang.
- Mark Schleedoorn, David Behrens en Aart Zeeman, 'Jongens op Achterstand', KRO Brandpunt: Een goede productie, maar hier en daar te weinig kritisch.
Uiteindelijk hebben we gekozen voor de productie die het meeste journalistieke lef toont omdat het harde beschuldigingen uit over een kwestie van groot maatschappelijk belang. We kozen dit jaar voor de journalisten die journalistiek risico hebben genomen om de burger goed te informeren. We kozen voor de onthullingen van Ianthe Sahadat en Merijn Rengers. Want dat zijn de winnaars:
Ianthe Sahadat en Merijn Rengers voor diverse artikelen over Hogeschool Inholland in de Volkskrant.
Van harte gefeliciteerd.
De jury van de Nationale Prijs voor Onderwijsjournalistiek
Marjan Agerbeek
Rob Knoppert
Marc Vermeulen
5 oktober 2011
